St Maarten 3 – Eiland van contrasten, ontdekkingen & frisse kijkjes

Het heuvelachtige St Maarten is mooi groen en volop in beweging. Met meer dan dertig zonnige zandstranden, een scala aan watersporten, winkelcentra en luxe resorts die als reuzenpaddestoelen de grond uitschieten, tiert de jetset er welig. Op het eerste gezicht misschien niet de meest voor de hand liggende bestemming om verborgen pareltjes te ontdekken. Want in het hoogseizoen gonst het op sommige dagen van het cruiseschip-minnend publiek, dat als een zoemende zwerm bijen het eiland afstroopt, om bij het vallen van de avond met scheepsladingen vol met designartikelen en aanverwante taxfree producten aan boord te gaan. Maar Columbus zou Columbus niet zijn, als er niet toch een tamelijk unieke ontdekking gedaan werd.

Wij zijn er in het orkaanseizoen, wanneer de rust op het eiland terugkeert. Tenminste, zolang er geen zware stormen overheen razen… Tijdens een tour aan Nederlandse zijde kronkelt het busje over de met palmbomen, cactussen en flamboyant-bomen omzoomde weg. Tussen de kegelvormige heuvels wisselen jachthavens, mintgroene baaien, Amerikaanse burger- en koffieketens en casino’s elkaar in rap tempo af. Ondanks de uitbundige mengelmoes van Amerikaanse, Europese en Creoolse invloeden, die je tevens terugziet in de uiterst gevarieerde keuken, ademt het contrastrijke eiland een zwoel Caribisch sfeertje uit. Met een lekkere trage pas, die we spoedig massaal zullen overnemen. Terwijl het busje hobbelend zijn weg vervolgt, praat gids Fabian honderduit over St Maarten.

Intussen zoek ik wanhopig naar een balans tussen luisteren, kijken en notities maken. Ik werp een blik op mijn papier, waarop volkomen onleesbare tekens staan. De ultieme uitdaging voor de doorgewinterde stenograaf, zo lijkt me. Al vrees ik wel dat hij of zij er ogenblikkelijk propjes mee zou gaan schieten. De balans blijkt volkomen onvindbaar. De grensovergang naar de met tropische vegetatie begroeide Franse zijde gaat dan ook volledig aan mijn blikveld voorbij. Nu is dat sowieso niet verrassend, want meer dan een bordje als markering langs de weg schijnt het niet te zijn. Terwijl dit toch het enige plekje op aarde is waar Nederland en Frankrijk aan elkaar grenzen. Ik zeg uitbuiten die handel! Een heuse grenspost met slagbomen en colonnes streng kijkende douaniers maakt pas indruk!

Vive la France!

Wat wel opvalt zijn de karakteristieke mediterrane huisjes in pasteltinten, die met hun houten veranda’s met fleurige bloemen en planten in aardewerken potten sfeervol aandoen. “Do you like the French side?, vraag ik Fabian. Hij haalt lachend zijn schouders op. “If I want to go to France, I’ll take Air France and go to France”. Tja, zo kun je het natuurlijk ook bekijken. “But I do love this part of the island”, gaat hij verder. En daar ben ik het roerend mee eens. Vive la France! Ik vraag waarom het eiland relatief weinig Nederlandse toeristen ziet. “The Dutch are more interested in Curacao, because everyone speaks Dutch there”, knipoogt Fabian. We stappen uit bij een idyllisch haventje in de Franse hoofdstad Marigot, waar dure zeiljachten en uit de kluiten gewassen strijkijzers liggen te schitteren onder de goudgele zon.

Laverend tussen rekken vol kleurrijke sarongs, begeef ik me onder het gebladerte van sierlijke julibomen met enorme rood-oranje bloemen naar de marktstalletjes langs de waterkant. Glimlachend vraag ik aan een marktvrouwtje met een prachtig getekend gezicht of ik een foto van haar mag maken, waarna ze slechts haar hoofd schudt. Prima, dan niet. Een vrolijke fruitfoto is ook nooit weg. Ik richt mijn camera erop, maar dan begint het dametje te steigeren. “Dit is mijn fruit”, roept ze bits. “Als je daar een foto van wilt maken, zul je het eerst moeten kopen”. Aan commercieel inzicht geen gebrek hier. Ik wil reageren, maar de norse uitdrukking op haar verweerde gezicht weerhoudt me onmiddellijk van commentaar en bedremmeld druip ik af.

De ontdekking

Wanneer we ‘s middags door de gezellige straten van de Nederlandse hoofdstad Philipsburg wandelen, verdwijnt het akkefietje met het getekende gezicht al snel naar de donkere krochten van mijn geest. Want hier is iedereen opvallend hartelijk en vriendelijk. “Jij woont toch in de Pijp?”, vraagt persreisgenote Riet mij later die dag. Ik knik. “Pascale ook”, vervolgt ze. Ik wend me tot Pascale en vraag naar haar adres. Bij het horen van de straatnaam schieten mijn wenkbrauwen omhoog. “Welk huisnummer?”, vraag ik. “145 A”. Mijn ogen vliegen als ruimteschotels aan een ellenlange springveer uit hun kassen. “Dat meen je niet!”, breng ik proestend van het lachen uit. “Dan ben je mijn benedenbuurmeisje!”.

Kennelijk moest ik eerst helemaal naar St Maarten afreizen om tot de ontdekking te komen dat ik met mijn buurmeisje op persreis ben, met wie ik nota bene al jaren in volledige anonimiteit hetzelfde trappenhuis blijk te delen. En dat op een gastvrij eilandje, waar buren nog beste vrienden zijn en sociale controle heer en meester is. Volgens mij wil het eiland ons hier iets vertellen. “Ik noem m’n woning niet voor niets mijn bunker”, grapt Pascale in een poging de boel te redden. Het wordt er allerminst beter op. Wel lachwekkender. Vervolgens voegt ze er nog een ogenschijnlijk onschuldige opmerking over haar vriezer aan toe, waarmee het verhaal in combinatie met haar bunker in mijn enigszins macabere fantasie een luguber randje krijgt. “Ik geloof niet dat ik hoef te weten wat jij in die diepvrieskist hebt zitten…”, zeg ik met een blik die boekdelen spreekt.

Stormachtige plensbui

Nee, ik vermoed dat St Maarten ons met zijn verkwikkende passaatwindje gewoon een frisse kijk op het saamhorigheidsgevoel wil geven, dat bij ons volkje langzaam maar zeker in de vergetelheid is geraakt. En als ‘s avonds samen met een stormachtige plensbui de groepsdynamiek wederom de kop opsteekt, realiseer ik me dat het eiland dit eigenlijk vanaf dag één al doet. Alleen hield het verkoelende briesje toen siësta, dus probeert St maarten dit nu goed te maken met een flinke hoosbui. Dat krijg je nou van dat individualisme van tegenwoordig. Ik moet die bunker spoedig maar eens met een bezoekje vereren, besluit ik. Alhoewel…

Eva Buijs

Dit reisverhaal is gepubliceerd in Columbus Magazine (septembereditie 2010) en is tevens in opdracht van Columbus Magazine verschenen op www.reisreporter.nl

Wordt vervolgd in deel 4

Lees ook wat hieraan voorafging in deel 1 en deel 2

Juliboom St Maarten

Afbeelding 1 van 24

Leave a Reply

CAPTCHA afbeelding
*

Thrilling travel stories and useful tips. Hop on for some fascinating journeys!