Otavalo – Op de blaren

Ik wil iets. Me onderdompelen in rust. Mezelf verwonderen met al mijn zintuigen. De vogels hun melodie horen zingen, mijn ogen intussen oneindig verbazend. Geprikkeld worden door duizend geuren. Onder een strakblauwe hemel met de zinderende zon op mijn huid, terwijl ik me zachtjes laat meevoeren op het ritme van de tjirpende vogels. Nu mijn paardentocht naar Laguna Cuicocha is verzet, omdat gidslief gister kilometers te diep in zijn bierglas heeft gekeken en daardoor met geen mogelijkheid te paard kan stijgen, ligt de dag als een bloem in de knop aan mijn voeten. En ik ga hem plukken, koste wat kost.

Mijn asgrauwe gids zwalkt glazig richting bed en ik slenter slaperig richting koffie. Een half uur later slingert een taxi omhoog richting Lagunas Mojandas, drie meren diep verscholen in de bergen. “Reis je alleen?”, vraagt de taxichauffeur geïnteresseerd. Ik knik. Die voelde ik al van verre aankomen. In de korte tijd dat ik in Ecuador ben, heb ik deze vraag al talloze malen beantwoord. Zijn tweede prangende vraag komt er in mijn gebrekkige conversaties met Zuid-Amerikaanse mannen standaard achteraan: “Ben je getrouwd?”. Een grijns van oor tot oor. “Nee”, zou ik moeten zeggen, maar mijn antwoord is steevast “Ja”. Hoe minder avances hoe beter, dus een leugentje om bestwil moet kunnen, vind ik.

Oeverloze ouwehoer

Tot op heden vroeg nooit iemand door en was het daarmee basta. Waarom zouden de beste heren ook? De chauffeur doet dit wel en daar ben ik dus niet op voorbereid. Ik moet me in tenenkrommende bochten wringen om me eruit te zwetsen. Op het laatst ben zelfs ik nieuwsgierig naar mijn spontaan gecreëerde prins op het witte paard. Als je het maar vaak genoeg herhaalt, ga je het vanzelf geloven. En dat allemaal in het Spaans. Waarmee ik trouwens absoluut niet wil beweren dat ik vloeiend Spaans spreek, want ook dat zou een regelrechte leugen zijn. Gaandeweg draaien de rollen om en is het de chauffeur die zich ontpopt als oeverloze ouwehoer. Mijn leugentjes zijn er niets bij. Wanneer na drie kwartier de meren voor ons opdoemen, ben ik zowel een Spaanse les als twee vakkundig aangedikte levensverhalen rijker.

De meren liggen er mooi bij, zo ingebed tussen de bergen. Na enkele dagen in de noordelijke Andes durf ik voorzichtig te stellen dat het berglandschap in veel opzichten niet onderdoet voor het midden van Ecuador, maar dat de bergen minder grillig lijken en het hier iets droger en daardoor dus wat minder kleurrijk is. Stiekem heb ik mijn hart reeds verpand aan de overrompelende dramatiek van de centrale hooglanden, wat niet wegneemt dat het ook hier weer onvoorstelbaar mooi is. De spraakwaterval zal blijven wachten, zodat ik een stukje de berg op kan klimmen voor het uitzicht. Mijn ogen oneindig verbazen blijkt bij benadering toch wat hoog gegrepen, want puf voor een lange, uitputtende klim heb ik niet. Wel voel ik me heerlijk ontspannen in deze rustieke omgeving en ik omarm langdurig de stilte die mij in dit land nu al zo vaak geraakt heeft.

Fiësta del Yamor

Op de terugweg bespreken we het maïsfeest dat in Otavalo aan de gang is: la Fiësta del Yamor. De gids geeft me de welkome tip om te gaan lunchen bij Yolanda’s chicha de yamor, door de lokale bevolking geroemd om haar chicha de yamor: speciaal tijdens het festival geserveerde traditionele (deeg-)hapjes bereid met maïs. Buiten voor de groene voorgevel staat een lange rij wachtenden. En geen toerist te bekennen, dus dat belooft veel goeds. Als ik na anderhalf uur wachten dan eindelijk de eerste hap neem van Yolanda’s chicha, ben ik gelijk verkocht. Het spreekwoordelijke engeltje streelt mijn tong bij ieder hapje met zijn gouden vocht. Minder geslaagd vind ik het non-alcoholische, mierzoete gouden vocht gemaakt van zeven soorten maïs: wat een meuk… Maar wellicht komt die reactie voort uit het feit dat er onmiskenbaar dat ene belangrijke ingrediënt ontbreekt.

De volgende morgen heeft mijn paardengids een ware metamorfose ondergaan. Zijn frisse blik vangt mijn fruitige blik en zo werkt het missende ingrediënt in het mierzoete gouden vocht alsnog in mijn voordeel. Bij de karakteristieke haciënda proef ik de sfeer van vervlogen tijden. De smaak bevalt me, maar we moeten door. Ik krijg een groot, verzorgd en pittig paard mee, waarna de rit van zeventien kilometer langs bergen, vulkanen, statige boerderijen en stoffige dorpjes voert, om ons uiteindelijk te leiden naar laguna Cuicocha. Het ene kratermeer is duidelijk het andere niet, want in dit tweede kratermeer dat ik in Ecuador bezoek, drijven zowaar een paar eilandjes. De blauwe kleur van het water is bovendien van een andere soort dan laguna Quilotoa. Toch straalt het dezelfde magie uit. Ik staar er met ingehouden adem naar. Prachtig.

Hetzelfde geldt voor de tocht. De gids houdt net als ik wel van een beetje tempo, dus hop paardje hop, in galop. We pakken lange stukken over de flanken van de bergen en aan het eind van de 34 kilometer zit ik letterlijk op de blaren. Zes uur te paard was misschien toch wat veel van het goede… Pijnlijk beurs rol ik ‘s avonds mijn bed in. Die nacht droom ik van een knappe prins op een gevleugeld wit paard, sierlijk zwevend boven een schitterend azuurblauw meer. Ja…dat zou mooi zijn… Op zo’n paard wil ik samen met mijn droomprins best eens een zweefvluchtje maken. Maar vandaag ben ik net als echte paarden even volledig vleugellam. Morgen is er vast een nieuwe bloem die ik met frisse moed zal plukken.

© Eva Buijs

Otavalo

Afbeelding 1 van 12

Leave a Reply

CAPTCHA afbeelding
*

Thrilling travel stories and useful tips. Hop on for some fascinating journeys!