La Senda Verde – Voorstelronde 3

De meest lachwekkende apen in het dierenparadijs zijn toch wel de zwarte slingers. Wat een ge-wel-di-ge beesten! Ze zijn vooral erg menselijk, zeker wanneer ze rechtop gaan staan. Zoals ze daar rondbanjeren en slingeren met hun ondeugende koppies met opstaande kuifjes en hun lange, slungelige armen en benen… Net een stel pubers met groeistuipen. Wat ik naast het feit dat ze ongelooflijk stout en grappig zijn zo leuk aan de slingerapen vind, is dat ze echt alleen maar contact met je zoeken wanneer zij daar zelf zin in hebben. Heerlijk eigengereid dus.

Sambo en Wara

Deze slingers zijn zo’n anderhalf jaar oud en vertonen nog lang geen volwassen gedrag. La Senda Verde heeft ze als baby gered. In beide gevallen was de moeder gedood door jagers. Het is een van de vele schokkende verhalen uit het roerige leventje van de bewoners van LSV. Soms komen Wara en Sambo je met een knuffel begroeten, of pakken je hand en slaan hun staart om je arm. Dan is het tijd om ze met kracht heen en weer te slingeren, want dat vinden ze enig. Of ze dagen je uit om koprollen met ze te maken. Maar het toppunt van lol is om op een onbewaakt moment je hut binnen te dringen en de boel in mum van tijd overhoop te halen. Wat een puinzooi! En plassen doen ze wel vijftig keer per dag, ook doodleuk op je schoot. En als het enigszins kan, likken ze hun plas daarna gewoon weer op.

Maruka

Maruka is een wat oudere slingeraap met behalve de nodige rimpels in haar gezicht een veel te bolle buik vanwege nierproblemen. Ze houdt graag afstand, dus heel veel tijd heb ik niet met haar doorgebracht. De Boliviaanse Irena is een keer door haar gebeten en is sindsdien als de dood voor haar. Op een dag belemmerde Maruka haar de doorgang. Irena raakte volkomen in paniek. Ze riep me en vroeg of ik Maruka alsjeblieft mee wilde nemen. Ik stak mijn hand uit en tot mijn verbazing pakte Maruka die gewillig vast. Zo wandelden we samen een heel eind, tot we slingermama Gustina tegenkwamen. Maruka sprong direct in haar armen. Gustina is een van de lokale werknemers en de vrouw van Tomás. Je ziet haar zelden zonder de slingerapen om haar heen gekruld.

Cacao

Hoewel Maruka niet zijn biologische moeder is, neemt ze vol overgave de zorg voor slingeraapje Cacao op zich. Cacao is zes maanden oud en nog een echte baby. Hij is een beetje schichtig, maar durft al meer dan toen ik net bij LSV kwam. Laatst viel die arme kleine pardoes uit een boom. Plof, plat op zijn snoet. Zijn hele gezicht was opgezwollen en zijn neusje bloedde behoorlijk. Dus hup, naar de dierenarts dan maar. Uiteindelijk bleek het gelukkig allemaal wel mee te vallen, al heeft hij wel twee dagen versuft maar veilig verborgen onder het T-shirt van Marcelo gezeten.

Chica de brulaap

Wat is ze mooi… Met haar ranke, voskleurige lijf, haar baard en haar grote, gitzwarte, ondoorgrondelijke ogen die in het oneindige lijken te staren. Ze is rustiger dan de andere apen, is erg op zichzelf en houdt meestal een zekere afstand. Ik vind haar een intrigerend wezentje waar ik uren naar kan kijken. En tijdens het voeren moet je haar niet willen aaien, want dan zet ze haar tandjes in je pols, zo heb ik al gauw ondervonden. Verder kruipt ze regelmatig eventjes bij je op schoot voor een knuffel, maar wel alleen als ze het zelf echt wil.

De drie Jimmy’s

De enige drie doodshoofdaapjes tussen de apen. Deze schavuitjes lijken zoveel op elkaar dat niemand ze uit elkaar weet te houden. Dus heten ze Jimmy, Jimmy en Jimmy. Ze zijn echt te schattig voor woorden en lopen de godganse dag te ravotten. Geweldig om ze te observeren met hun tengere, gele lijfjes, hun zwarte, ronde koppies met flaporen en witte snoetjes, hun veel te lange staart en niet te vergeten hun piepkleine handjes en voetjes. Ze zijn ontzettend brutaal en springerig en maken hoge, kirrende geluidjes, als ware het schelle, krakende piepjes.

De doodshoofdaapjes hebben weinig verzorging nodig. Ze voeden zichzelf met alles wat klein is en kruipt of vliegt. Daarnaast zijn ze bijdehand genoeg om het eten van de andere dieren te stelen. Ook stinken ze een uur in de wind. Maar waar ik nog minder van gecharmeerd ben, is dat ze elkaar af en toe proberen te verkrachten. Op een gegeven moment doken ze gedrieën op baby-kapucijner Anita en probeerden het bij haar. Anita begon gelijk te krijsen. Toen heb ik de het-is-de-natuur-gedachte toch maar even laten varen en subiet ingegrepen…

Hoewel de Jimmy’s graag over je heen klauteren, blijven ze nooit lang zitten. Eén avond daargelaten, toen we in het restaurant een biertje zaten te drinken en ik een lamawollen trui aanhad. Het restaurant is feitelijk niet veel meer dan een houten geraamte met gaas ertussen, met een dak van golfplaten. In het begin schrok ik me een hoedje als er weer een aap op het dak sprong. Dat maakt nog best veel kabaal! De Jimmy’s hadden die avond een gat in het gaas ontdekt en nadat ze pijlsnel de keuken hadden afgestroopt op zoek naar iets eetbaars (en dat is in hun optiek eigenlijk alles!), ontdekten ze de zachte wol.

Eerst sprong Jimmy één op mijn arm en nestelde zich gelijk in mijn trui. Hij kirde wat naar de andere twee, leek ze als het ware te roepen: “Jongens, kom gauw, dit is een lekker plekje voor de nacht!”, waarna de anderen zich in no time bij hem voegden. En na wat onrustig gespring in mijn armen, vonden ze eindelijk hun draai. Met z’n drietjes op een rij op mijn arm. Ze legden hun hoofdjes te rusten en krulden hun lange staart om hun fragiele lijfjes heen. Zo lagen ze uren in mijn armen te slapen, terwijl ik daar doodstil zat op die stoel. Zo bijzonder. Sindsdien durf ik te stellen dat ik de enige vrijwilliger ben van LSV die de Jimmy’s uit elkaar wist te houden.

Cappuccino de geit

Ik had me willen beperken tot de apen, maar ik kan het gewoon niet over mijn hart verkrijgen het mafste beest dat er rondloopt niet nader te benoemen. Daarmee zou ik dit hilarische dier echt onrecht aandoen. Cappuccino denkt serieus dat hij een hond is en volgt de ‘andere’ honden en de vrijwilligers overal. Hij jat vol overgave het eten van de vogels en de apen en wil voortdurend met ons mee het restaurant in. ‘s Avonds gaat hij na vele verwoede pogingen voor de gaasdeur liggen tot hij daar uiteindelijk in slaap valt.

Op een avond liep ik samen met de honden mijn hut binnen en nadat ik de deur gesloten had, draaide ik me om en wat denk je? Stond er ineens een geit op mijn bed!!! Die was dus zonder dat ik het doorhad met de honden mee naar binnen gewandeld. Toen ik van het lachen bekomen was, kostte het me zeker een half uur om hem er weer af te krijgen. Vervolgens heeft hij maar op mijn veranda tegen de deur aan geslapen. De honderden geitenkeutels die ik de volgende ochtend aantrof spraken boekdelen. Ik ben echt fan van die geit.

Helaas zal ik de komst van de beer niet meer meemaken, want zoals aan al het goede een eind komt, wordt het voor mij de hoogste tijd om weer verder te reizen en op zoek te gaan naar nieuwe avonturen en uitdagingen. Maar La Senda Verde en al de geweldige dieren zal ik nooit en te nimmer meer vergeten. Het is een van de meest bijzondere momenten uit mijn leven geweest en ooit kom ik hier zeker weer terug.

NB: in de loop van 2009 zijn twee van de drie Jimmy’s tot mijn grote spijt per ongeluk gedood tijdens het spelen met de volwassen kapucijnapen. Rust zacht boefjes, jullie zitten voor altijd in mijn hart!

© Eva Buijs

Cappuccino de geit

Afbeelding 1 van 31

Leave a Reply

CAPTCHA afbeelding
*

Thrilling travel stories and useful tips. Hop on for some fascinating journeys!