La Senda Verde – Dagboek uit het paradijs

Ik heb het gevonden: mijn paradijsje! Ik ben in La Senda Verde (LSV), een opvang voor gewonde en mishandelde wilde dieren in Yolosa. In de groene uitlopers van de Boliviaanse jungle en omgeven door bergen met watervallen die uitmonden in kraakheldere rivieren. De meeste bewoners van LSV hebben het vroeger onwaarschijnlijk slecht gehad. Schrijnende verhalen die je hart doen breken. En het gros van deze dieren zal nooit meer in het wild kunnen leven. Maar desondanks is het mooi om te zien dat hun leven hier alsnog verrijkt wordt.

Als vrijwilliger heb ik mijn eigen stenen hutje. Er zijn schone douches en toiletten en er is zelfs een buitenzwembad. Niet dat je dit laatste nou zo nodig hebt; de rivieren zijn net zo aangenaam. Het eten varieert van zalige verse pasta met frisse salades en knapperige groentes tot aan warme appeltaart met kaneelijs vergezeld van een kop organische koffie. Rechtstreeks van de plantages uit de buurt. In het restaurant is bovendien een goed gevulde koelkast waar we ‘s avonds de broodnodige biertjes uit kunnen drinken. Eigenaren Vicky en Marcelo zijn net als de lokale werknemers en mijn medevrijwilligers ontzettend bevlogen en lief. En natuurlijk het allerbelangrijkste: de dieren zijn fantastisch!!!

Op het moment zijn er zestien speelse kapucijnapen, vier ongelooflijk stoute slingerapen, drie springerige doodshoofdaapjes, een dromerige rode brulaap, een boa constrictor, een leguaan, een alpaca, een caoti, land- en waterschildpadden, bijtgrage papegaaien en vele andere felgekleurde vogels. Daarnaast nog een geit die overduidelijk een klap van de molenwiek heeft gehad, twee zachtaardige, onderdanige golden retrievers, een Colombiaanse, ietwat racistische straathond, nog een andere ondefinieerbare vuilnisbak en drie -hoe kan het ook anders- zeer eigengereide katten.

Over katten gesproken: we hebben ook een ocelot, genaamd Sacha. Een prachtige meid met enorme kijkers, een glanzende gevlekte vacht en een mooie, volle staart. Denk aan een soort cheetah, maar dan veel kleiner. Maar wel net zo vliegensvlug! Verder scharrelen er over het erf nog eenden, ganzen, parelhoenderen en konijnen. En over een paar weken komt er een heuse beer. Het is zo bijzonder met de dieren bezig te zijn, vooral met degenen waar je normaal gesproken nooit bij in de buurt zou komen, al was het maar voor je eigen veiligheid. Met ze te spelen, ze te voeren en te knuffelen… Ze worden goed verzorgd en verwend en lijken het erg naar hun zin te hebben. Net als ik. Wat een prachtplek!

Al is zelfs in het paradijs niet alles altijd rozengeur en maneschijn. Het regenseizoen lijkt dit jaar wat vroeger begonnen te zijn dan anders, dus het is al een week lang smerig nat en vies grauw weer. Het regent iedere ochtend, iedere middag en iedere avond. En ja, ook iedere nacht. Daarbij zijn er teveel vrijwilligers om me nuttig te kunnen maken (voor mijn gevoel). We zijn momenteel met acht man, terwijl het met de helft ook prima te doen zou zijn. Nu loopt iedereen als een kip zonder kop heen en weer te rennen om maar iets te kunnen doen en daardoor worden veel dingen twee of soms zelfs drie keer gedaan. Gebrek aan taken en structuur dus.

Ik heb al een aantal keer geopperd dat we een rooster moeten maken met daarop een duidelijke taakverdeling, maar helaas zitten er een paar haantjes tussen die er niets van willen weten. Die beginnen rustig een uur te vroeg met voeren, zodat zij het meeste werk kunnen doen. Plaats daar een paar ‘normale’ en een enkele ongemotiveerde gast tegenover en je snapt dat er soms wat spanningen onderling zijn. Aan de andere kant is het natuurlijk wel erg gezellig met zovelen. En zondag komt mijn lieve, vrolijke reisvriendinnetje Jenny hier ook werken. Ik kan haast niet wachten haar weer te zien.

Overigens ben ik de enige niet-Engelstalige in de groep. Goed voor mijn Engels, slecht voor mijn Spaans. Want de lokale werknemers zijn heel vriendelijk, maar bemoeien zich weinig met de vrijwilligers. Logisch, de meeste vrijwilligers spreken nauwelijks Spaans en blijven hier maar kort. Zodra ze merken dat iemand wat langer blijft, gaan ze meer moeite doen. Iedereen noemt me nu pas, na twee weken, bij mijn naam en maakt plotseling grapjes met me. En ze werken hard, wat zeldzaam is in deze landen. Kon ik maar hetzelfde zeggen… Maar binnenkort beginnen we met de voorbereidingen voor de komst van de beer, wat zwaar fysiek werk met zich zal meebrengen. Is het eindelijk afgelopen met het gelummel. Hup, die handen uit de mouwen!

Nu zien mijn dagen er doorgaans als volgt uit: om half acht opstaan, om acht uur voeren en om negen uur zelf ontbijten. Dan beginnen we om tien uur met het schoonmaken van de apenterreinen en de kooien en plateaus van de vogels. Meestal zijn we daar binnen een half uur mee klaar en dan hebben we tot het voeren rond het middaguur de tijd om met de dieren te spelen of iets voor onszelf te doen. Na het voeren duurt het nog minstens een uur voordat we zelf gaan lunchen en vaak gebruik ik die pauze om Spaans te oefenen, een boek te lezen of wat te schrijven.

Vervolgens is er nog een paar uur te doden met constructiewerk, aapjes vermaken (lees: vermaakt worden), de was doen in de rivier of er zelf induiken, zwemmen in het zwembad, wandelen naar de watervallen met de honden en eventueel een brulaap of een paar slingerapen, lezen, schrijven, slapen, kletsen, of gewoon een beetje rondhangen. Om vijf uur weer voeren, dan douchen en daarna is het alweer bieruur! Je ziet het, tijd te over. En iedere dag is er wel weer iets dat de nodige reuring in de tent brengt. Soms gepaard met een lach en soms met een dikke, ontroerende traan.

Wordt vervolgd…

© Eva Buijs

Willy

Afbeelding 1 van 24

One Response to “La Senda Verde – Dagboek uit het paradijs”

  1. Andrea Says:

    Wat een geweldige ervaring moet dat zijn geweest om op zo’n paradijselijke plek zo met dieren te kunnen werken! Fantastisch! Die apen hebben ook zo’n hoog schattigheidsgehalte!!! Prachtige foto’s ook!

Leave a Reply

CAPTCHA afbeelding
*

Thrilling travel stories and useful tips. Hop on for some fascinating journeys!