Arequipa – Het kleurenklooster

Probleempje. Van zakformaat, dus klein en licht, maar desondanks een last. Wanneer mijn tijdelijke reismaatje Randy en ik ons na een slopende busreis in de vermoedelijke richting van het hostel slepen, is het donderdagochtend. Maandag reist Randy af naar Puno, terwijl ik hier in Arequipa start met mijn vervolgcursus Spaans. Daarvóór staat zowel het Santa Catalina klooster als een driedaagse trekking in de Colca Canyon op het programma. Op zich te doen, ware het niet dat ik er nu nét even flink doorheen zit. De zon lacht, de stad roept, het klooster lonkt en zes busuren verder geeuwt de canyon waarschijnlijk al net zo ongegeneerd als ik.

“Let’s go!”, roept Randy zodra hij het zachtere bed heeft geconfisqueerd door met een nonchalant gebaar zijn rugzak erop te smijten, waarna hij de badkamer instormt voor een plens water in het gezicht. Intussen heb ik mezelf geïnstalleerd op het keurig opgemaakte betonblok aan de linkerzijde van de kamer. Slapen wil ik, dagenlang alleen maar slapen. Liggend op mijn rug beantwoord ik het enthousiasme op Randy’s druipende gelaat met een getergd klinkende zucht. “Right now?”, vraag ik. “No, next year, silly”, grapt Randy terwijl hij me bij de enkels grijpt en zo hard aan mijn benen trekt dat ik nog net niet pontificaal met mijn stuitje op de marmeren tegelvloer beland. “Great”, mompel ik.

Mokkend gris ik mijn afgetrapte teenslippers onder het bed vandaan en begeef me richting badkamer. “Niet meer miepen nu”, neem ik me hardop voor bij het zien van het waterballet. Een onmiskenbare putlucht trekt aan mijn neus voorbij. Ik draai de kraan met ingehouden adem open en vang het verkwikkende water met mijn handen op. “Santa Catalina, here we come”, zeg ik vanuit de deuropening met een al evenzo druipend gezicht. Minuten later wandelen we via de karakteristieke binnenplaats het alledaagse leven van ‘de Stad van de Eeuwige Lente’ in, waar zinderende zonnestralen langs wit oplichtende muren omlaag kruipen om pijnlijk fel in mijn ogen te kunnen schijnen.

Omgekeerde weemoed

De korte wandeling naar het klooster is lang genoeg om tot een fascinerende ontdekking te komen: deze zonovergoten stad verzwelgt me. Alsof ze mij met volle overtuiging onder haar hoede neemt, terwijl ze me vol overgave kietelt. Of mij misschien zelfs lang geleden al ongemerkt heeft opgenomen. Ja, dát is het. Omgekeerde weemoed. Verwarrende nostalgie. Een feest der herkenning, zonder te snappen waarom. Dankbaar voel ik hoe de stadse warmte zich zacht kriebelend een weg baant over mijn blote armen, alvorens ze onder mijn huid kruipt om zich behaaglijk te nestelen in mijn steeds wilder kloppende levensader.

Halleluja. Zwelgen en verzwolgen worden als smeer voor het afgematte lijf. Druppelende olie die het gloeiende plaatje weer enigszins draaiende houdt. Vluchtige voorbijgangers. Een glimlach en een groet. Zomaar, omdat ik hier nu eenmaal loop en daarmee voor even één van hen ben. Flarden van ontroering, een lichte brok in de keel; het moet niet gekker worden. Bovendien een weldaad voor de geest, zo’n drupje smeerolie, want nu wil ik ook nog eens niets liever dan me onderdompelen in de mystieke oudheid van het klooster. De kloostergeheimen ontrafelen, het vervlogen nonnenbestaan ervaren. Een tipje van hun sluiers zien, terwijl ik de pure devotie proef. Alhoewel, pure devotie…?

Losbandige levensstijl

Naar verluidt waren de nonnen van Santa Catalina lang niet altijd zo vroom. Nadat het klooster in 1580 was opgericht door de rijke weduwe Maria de Guzman, groeide het uit tot een walhalla voor de Spaans-katholieke elite. Om toe te mogen treden, moesten de oudste dochters van welgestelde families maar liefst 2400 zilveren kronen ophoesten, gelijk aan wat nu zo’n 50.000 dollar zou zijn. Vervolgens werden de kersverse nonnen ‘gezegend’ met een handvol slaven en bedienden, waarna ze er een tamelijk losbandige levensstijl op na hielden waarin zij uitbundige feestjes en andere aardse zonden tot norm verhieven. Dat er tussen deze pakweg 450 feestbeesten een helderziende non genaamd Ana zat, die na haar overlijden zoveel ten dode opgeschreven lieden op miraculeuze wijze wist te genezen dat men haar heilig verklaarde, mag pas écht een wonder heten.

Vandaag word ik -als ongelovige gezegend met een bescheiden cashflow- net als de steenrijke geestelijken in hun tijd op mijn wenken bediend, want voor ons doemt het nonnenklooster op. Een stad binnen een stad. Zo’n gigantisch labyrint van hofjes, steegjes en straten, je zou er dagen kunnen dolen en verdwalen. ‘Silencio’, staat bij binnenkomst op de donkeroranje geverfde poort naar het Hof van de Stilte te lezen. En stil zijn we. Uit respect én van verbazing over het gemak waarmee het klooster zijn mysteries aan ons toevertrouwt. Zijn glorietijd onthult door zich merkbaar ademend voor ons te openen, alsof Ana’s geest hier nog altijd rondwaart en dwars door de muren heen met ons probeert te communiceren. Muren die bovendien zijn geschilderd in warme tinten als hemelsblauw, ossenbloedrood en violet, waardoor ze in het badende zonlicht nog eens een extra levendige gloed krijgen.

Verwelkte bloem

In de schaduw van de sinaasappelbomen slenter ik ademloos langs dansende fonteinen, religieuze fresco’s en sierlijke bogen en pilaren. En terwijl ik geniet van het schouwspel van lijnen, contrasten en kleuren, maakt mijn camera overuren. Ook binnen in de schemerige vertrekken leveren talloze nisjes en alkoven ieder hun eigen, unieke bijdrage aan het fotogenieke karakter van het klooster en vormen zwartgeblakerde steenovens, weerbarstige spiegels en andere antieke objecten gaandeweg het onderwerp voor vele stillevens. Het kleurenklooster is opvallend goed onderhouden, met veel oog voor detail. Zo staan er overal gietijzeren kandelaren met brandende kaarsen en aardewerken potten voorzien van planten met feloranje bloemen. En geen verlept of bruin verdroogd blaadje te bespeuren.

Maar daar komt spoedig verandering in. Want plotseling slaat de vermoeidheid weer genadeloos toe en word ik in de vorm van een verwelkte bloem al gauw zelf een artistiek stilleven. Eenmaal terug in het hostel stort ik me dan ook uitgeblust op het betonblok. In een roes zet ik de wekker op twee uur ‘s nachts, opdat ik de volgende ochtend bijtijds met de canyon mee kan gapen.

© Eva Buijs

Leave a Reply

CAPTCHA afbeelding
*

Thrilling travel stories and useful tips. Hop on for some fascinating journeys!